Nooit meer
als na 'n diepzwarte nacht
bij d' eerste zonnestralen
mijn hart vliegt naar de plek
waar wij laatst samen sponnen
in zachte gebaren en natte vegen
dan zie ik alle trekken uitgewist
van boom waartegen wij leunden
zijn dunne scheurende huid
waaruit jouw spiegelbeeld
glanzend nevelt, ons hart
heeft daar een web geweven
waarin ons eeuwig liefdeleven
en boom nooit meer boom zal zijn